Een vierteenlandschildpad is een schildpad o.a. afkomstig uit Iran en Afghanistan. Deze schildpadsoort wordt ook wel woestijnschildpad genoemd omdat hij uit een zeer droog landschap komt. Op de foto’s is te  zien wat een ideaal verblijf is voor viertenen. De bak is 1 bij 2 meter. Als ondergrond liggen er houtsnippers in met onder de lamp zand voor reptielen en onder een andere lamp die niet op onderstaande foto’s staat heb ik stenen liggen waar mijn schildpad tevens zijn eten krijgt. Het eten varieert heel erg. Standaard geef ik een portie andijvie met daarbij elke dag iets anders; paprika, meloen, geraspte wortels, komkommer, kiwi, en ga zo maar door. Hierbij krijgen ze ook nog schildpadkorrels.

 

Inleiding

Vooral in de laatste jaren zijn er enorme aantallen van deze bekende landschildpad ingevoerd. Veelal was de gezondheidstoestand van deze dieren zeer matig tot slecht. Het sterftecijfer lag dan ook onverantwoord hoog bij deze, toch zeer sterke, dieren. Opmerkelijk is dat zeer veel zieke dieren aan een besmetting met hexamieten, flagellaten en spoelwormen lijden. Het is te hopen dat de kweek in gevangenschap op grotere schaal zal plaatsvinden, opdat de roof uit de natuur minder noodzakelijk wordt. Een bekende Russische wetenschapper die zich met de veldstudie van deze soort bezighoudt, heeft vastgesteld dat er sinds 1952 jaarlijks 270.000 schildpadden worden uitgevoerd. Hiervan verlaat slechts vijfendertig procent levend hun vaderland! Het resultaat van deze roofbouw op schildpadden kan natuurlijk niet uitblijven: op plaatsen waar de dieren vroeger erg veel voorkwamen, zijn ze nu geheel uitgestorven of zeldzaam. Door de slechte economische toestand in diverse landen in Oost-Europa, met name de Sovjet Unie, zal de verkoop en het uitroeien van `waardevolle’ dieren doorgaan, want de prijs die bijvoorbeeld voor een Vierteenschildpad betaald wordt ligt op ca. / 1,50 per stuk!

Uiterlijke kenmerken

De vierteenschildpad is een vrij kleine landschildpadsoort; de vrouwtjes worden maximaal twintig cm en de mannetjes maximaal zestien cm lang. Het schild is vrij plat, rond, zandkleurig met soms hier en daar donkere vlekken. De onderzijde is vaak donkerbruin gekleurd. De huid heeft meestal een olijfkleurige tot gele tint. Vierteenschildpadden zijn uitgerust met een bek waarvan het uiteinde van de bovenkaak haakvormig is. Zowel aan de voor- als aan de achterpoten bevinden zich vier nagels, vandaar de naam `vierteenschildpad’. Aan de staartpunt is een hoornnagel aanwezig.

Wet BUDEP

De vierteenschildpad is een soort die is aangewezen op grond van artikel drie A van de wet. Als zodanig is de schildpaddesoort opgenomen in Bijlage C van de Uitvoeringsregeling. Dit heeft tot gevolg dat houders die deze soort onder zich hebben of te koop aanbieden een overdrachtsverklaring moeten overleggen.

Geslachtsonderscheid

Bij geslachtsrijpe dieren hebben de mannetjes een veel langere staart dan de vrouwtjes. Deze kan tot zes cm lang worden en is aan de basis drie cm breed, terwijl de vrouwen een kort staartje hebben van zo’n twee cm lengte en een staartwortelbreedte van twee cm. De mannetjes missen het holle buikschild dat zo typerend is voor mannetjes van andere landschildpadsoorten.

Biotoop

Testudo horsfieldi is een typische woestijn- en steppebewoner die op zanderige of leemachtige grond voorkomt. De verticale verspreiding (in de heuvels) reikt tot een hoogte van tweeduizend meter. De gebieden waar deze landschildpadden leven zijn vaak begroeid met grassen en laag struikgewas die voor de schildpadden belangrijk zijn als voedselbron, maar ook als schuil- en slaapgelegenheid. Aan de voet van de begroeiing graven deze dieren holen van bijna één meter diep. De temperatuurverschillen tussen dag en nacht, zomer en winter zijn enorm: in de zomer kan de temperatuur oplopen tot boven de dertig graden Celsius, terwijl ‘s nachts nachtvorst mogelijk is. In de winter kunnen minimumtemperaturen gemeten worden van dertig graden Celsius onder nul. In bepaalde streken zijn Vierteenschildpadden slechts drie maanden per jaar actief, omdat ze zowel een zomer- als een winterslaap houden. In die drie maanden moet alles gebeuren: in conditie komen, paren, eieren leggen en voorbereiden op de volgende inactieve periode.

Verspreidingsgebied

Deze schildpadsoort heeft een enorm verspreidingsgebied dat van de noordelijke oevers van de Kaspische Zee oostwaarts door Kazagstan loopt tot het Zaysan-meer en van Waziristan tot in oostelijk Iran. Testudo horsfieldi komt ook in Afghanistan en in Pakistan tot in Noord- en West-Baluchistan voor.

Voeding en het houden in gevangenschap

Over het algemeen zijn deze dieren met redelijk succes te houden en te kweken. De voeding dient (zoals trouwens bij alle schildpadden) uitgebreid en afwisselend te zijn: vele soorten groente en fruit en geweekte honde- en kattebrokken. Ook diverse, voor schildpadden geschikte, onkruidsoorten worden niet versmaad (paardebloemen, weegbree, klaver, vogelmuur etc.). Bij voldoende vochtbevattende voeding zullen de dieren in gevangenschap vrijwel nooit drinken.

Gedrag

Volwassen vrouwtjes zijn onderling heel verdraagzaam, in tegenstelling tot elkaar niet kennende mannetjes. Die kunnen elkaar tijdens langdurige en felle gevechten zelfs ernstig verwonden. Mannetjes die van jongs af aan bij elkaar zitten, geven die problemen meestal niet, maar het is vrijwel onmogelijk in een groep waar mannetjes in voorkomen een `vreemd’ mannetje bij te zetten.

Huisvesting

Veel liefhebbers houden Testudo horsfieldi in de tuin. In dat geval is het verstandig extra voorzieningen te treffen om perioden van koud en nat weer te overbruggen. Kassen bieden de schildpadden een droog onderkomen en geven ze de kans om zich goed op te warmen. Het is een vereiste dat het buitenverblijf in een zonnig en beschut deel van de tuin wordt aangelegd. Waar ook goed rekening mee gehouden moet worden, is het feit dat vierteenschildpadden echte gravers zijn. Maar ook klimmen is voor hen geen probleem. Er moeten dan ook goede voorzorgsmaatregelen worden getroffen om ontsnappingen te voorkomen (gaas in de grond en een degelijke afzetting rondom). Testudo horsfieldi kan in een terrarium het beste op een kurkdroge ondergrond gehouden worden, omdat anders de kans groot is dat er schildrot optreedt. Bij schildrot ontstaan er beschadigingen aan het schild die tot diep in het schild kunnen wegvreten. Genezing is een moeilijk en langdurig proces. Bodemwarmte is belangrijk voor de vierteenschildpadden. Daarvoor kunnen warmtekabels- of matten worden gebruikt. Directe zonbestraling wordt vrijwel alleen ‘s morgens op prijs gesteld om zo de benodigde warmte op te doen om te kunnen eten en andere lichaamsfuncties op te starten. Na het bereiken van de gewenste lichaamstemperatuur wordt er uitgebreid gegeten, waarna in de schaduw een groot gedeelte van de dag wordt doorgebracht. Vaak wordt er ‘s avonds voor het slapen bij afkoeling nog wat gegeten.

Winterslaap

Er zijn verschillende meningen over het feit of een schildpad een winterslaap nodig heeft. Mijn advies is om dat de schildpad zelf uit te laten maken. Maak een slaapverblijf met voldoende ondergrond om de schildpad de kans te geven zich in te graven. Als de schildpad er zelf aan toe is om zijn winterslaap te houden zal hij zelf deze plek opzoeken en in winterslaap gaan. Dit gaat bij mij al jaren goed. ’s Winters kunnen de dieren een winterslaap houden, maar heel jonge of zwakke dieren kunnen beter verwarmd gehouden worden omdat het risico van sterfte dan te groot wordt. Voor een succesvolle overwintering moeten de schildpadden wel in een beschutte, koele en vorstvrije ruimte worden ondergebracht (temperaturen van rond de vijf à acht graden Celsius zijn ideaal).

Kweek

Vrijwel alleen in het najaar (augustus en september) wordt er veelvuldig gepaard, waarna in mei en juni, één tot zes eieren worden gelegd (Moesker, 1992). De vorm van de eieren is verbazingwekkend: gemiddeld tweeënveertig mm lang en zesentwintig mm breed. Deze vreemd langwerpige eieren herbergen een vrijwel ronde schildpadbaby waarbij je je afvraagt waarom de eieren zo merkwaardig van vorm zijn. Het uitkomen van de eieren duurt bij een broedtemperatuur van eenendertig graden Celsius ongeveer zestig dagen. De pas uitgekomen dieren eten hetzelfde als hun ouders.
Ook in Nederland is met de vierteenschildpad gekweekt. Zie de artikelen van R. Moesker (1992, 1993) die hierover uitgebreid heeft gepubliceerd.

Literatuur

Moesker, R.; 1992; Geslaagde kweek met een schildpad genaamd Afghaanse schildpad, Steppeschildpad, Vierteenschildpad…; De Schildpad 18(6): 11-21;

Moesker, R.; 1993; Nogmaals gekweekt met Testudo horsfieldiDe Schildpad 19(6): 24-28;

Müller, G.; 1993; Schildkröten; Eugen Ulmer; Stuttgart;

Nöllert, A.; 1993, Schildkröten; Landbuch-Verlag GmbH, Hannover

Pritchard, P.C. H.; 1979; Encyclopedia of Turtles, Neptune, New York; ISBN 0-87666-918-6; T.F.H. Publications Inc. Ltd.

Oorspronkelijke publicatie:

Scheffer, H., Moesker, R.; 1995; De Vierteen of Russische landschildpad (Agrionemys horsfieldi). In: Van Bakel, W., Bruekers, J., De Bruin, R., Kelderman, M en Wieberdink, I.;Special ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de Nederlandse Schildpadden Vereniging. Uitgave van de Nederlandse Schildpadden Vereniging.

maart 24, 2014        Schildpaddensoorten, Vierteenlandschildpad         Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *